Column oktoberĀ 

Blij met schimmel

Als kind dacht ik lang dat paddenstoelen alleen in de herfst groeien. Dat komt waarschijnlijk omdat ik geboren ben in de stad, en we in de herfst altijd hier een week op  vakantie kwamen. Tegenwoordig zie ik het hele jaar door paddenstoelen in de tuin.

Ik vind paddenstoelen prachtig.  Ze hebben iets dromerigs, iets lieflijks. 

Nu zijn paddenstoelen de vruchten van schimmels en van dat woord krijgen veel mensen jeuk. Dat is best wel jammer. Want er zijn maar een paar schimmels die, vooral in huis, voor ons ongezond zijn, maar veruit de meeste schimmels doen vreselijk goed werk. Zo ruimen ze gevallen blad en ander dood materiaal op en houden zij planten en bomen gezond. Via een ingenieus ondergronds systeem verbinden schimmels zich met de kleinste worteltjes en zorgen er zo voor dat planten, struiken en bomen voedingsstoffen als mineralen kunnen opnemen die zorgen voor gezonde groei en weerstand tegen ziektes. En al die schimmels hebben weer onderling ondergrondse verbindingen waardoor een soort natuurlijk wifi systeem ontstaat dat informatie kan doorsturen over grote afstanden. Dat is toch briljant! Het is zelfs zo, dat als mijn linde laat weten dat hij wordt aangevallen door luizen, andere lindes alvast beginnen met het maken van afweerstofjes. Ik vind het knap dat we erachter zijn gekomen, maar vooral ook knap dat de natuur dat zo regelt. 

Maar net als bij ons wifi, gaat er soms ondergronds iets stuk. Ook bij mij, want ook ik ontkom niet altijd aan graafwerk in de tuin. Dan is het fijn om te zien dat er weer allerlei  paddenstoelen verschijnen. De sporen die daaruit komen kunnen een nieuw netwerk starten en zo repareren wat ik heb gesloopt.